BESCHERMINGSFONDS VOOR DEPOSITO'S EN FINANCIËLE INSTRUMENTEN
FR
NL
EN
De beschermingsregeling
Home
De depositobeschermings- regeling
 
Algemene principes
 
Bijkomende uitleg
Financiële instrumenten
Andere beleggingsondernemingen
Levensverzekeringen tak 21
Kapitaalaandelen van erkende coöperatieve vennootschappen
Tegemoetkomingsreglement
Deelnemers
Structuur en organisatie
Organen
Contact
Documentatie
Internationale samenwerking
Publicaties
Beknopt verslag over 2011
Samenvatting van de jaarrekening 2011
Kerncijfers 1999-2011
Jaarlijkse activiteitenverslagen
Berichten
News
Informatie FSMA
Gebruik van de site
 
Communication au public
Lorem ipsum dolor sit amet,. Vestibulum quis erat. Donec tellus nisl, iaculis ut.
plus...
 
Beknopt verslag over het boekjaar 2011

Reeds vanaf 2009 had de EU-regelgeving een eerste reeks dringende maatregelen getroffen als antwoord op de financiële crisis die zich eind 2008 voordeed. Krachtens een wijzigingsrichtlijn (2009/14) werd onder meer het beschermingsniveau voor deposito's bij kredietinstellingen verhoogd tot € 100.000. Dit niveau werd vanaf 2011 het verplichte beschermde bedrag maar was reeds eind 2008 anticipatief in het Belgische recht ingevoerd, zoals in een groot aantal lidstaten van de Unie. Daarnaast bevatte deze richtlijn enkele bepalingen die het vertrouwen van depositohouders extra ondersteunen. Zo werd de periode waarbinnen een vergoeding door de depositobeschermingsregeling dient te worden uitbetaald, ingekort tot een maximum van 20 werkdagen te rekenen vanaf de onbeschikbaarheid van cliëntentegoeden bij een in gebreke gebleven instelling.

Vervolgens legde de Europese Commissie, die belast is met een verdere verbetering van de Europese beschermingsregelingen, op 12 juli 2010 aan het Europees Parlement en aan de Europese Raad een pakket voorstellen voor ter hervorming van de bestaande richtlijn inzake depositogarantiestelsels, alsook van de richtlijn inzake beleggerscompensatiestelsels. De prioritaire doelstelling van de Commissie bestaat erin om het vertrouwen van deposanten en beleggers in de momenteel in de 27 lidstaten geldende beschermingsregelingen verder te versterken, onder meer door het toepassingsgebied van de bescherming in ruimere mate te harmoniseren, de terugbetalingsprocedures en de informatieverstrekking te verbeteren, en financieringsmechanismen verplichtend te maken voor de verbintenissen uit hoofde van deze beschermingsregelingen.

Het Beschermingsfonds heeft gedurende het Belgische Voorzitterschap van de Europese Raad in het tweede semester van 2010 de expertenvergaderingen van de Europese Raad voorgezeten en heeft in die hoedanigheid het onderzoek van de voorstellen van de Commissie begeleid. Het Beschermingsfonds bleef nadien nauw betrokken bij de besprekingen door de EU-lidstaten die in 2011 werden voortgezet onder Hongaars en vervolgens Pools Voorzitterschap. De onderhandelingen tussen de Europese Raad en het Europees Parlement konden evenwel nog niet worden afgerond met de opstelling van definitieve richtlijnen.

Daarnaast oefende het Beschermingsfonds, in zijn hoedanigheid van instelling van openbaar nut waarin de autoriteiten en de betrokken financiële instellingen paritair vertegenwoordigd zijn, de functie van overlegplatform uit en was het hierdoor nauw betrokken bij het onderzoek op nationaal vlak van alle aspecten die verband houden met de bescherming van deposanten en beleggers. Zo volgde het Beschermingsfonds van nabij de voorbereiding en inwerkingstelling van de nationale reglementering die de depositogarantierichtlijn 2009/14 omzette in Belgisch recht.

Naast de follow-up, via zijn lidmaatschap van EFDI en IADI, van de ontwikkeling bij andere beschermingssystemen wereldwijd zette het Beschermingsfonds in 2011 zijn andere administratieve taken voort.

De middelen van die interventiereserve belopen aan het einde van het jaar € 872,2 miljoen. Rekening houdend met de bijdragen die banken en beursvennootschappen sinds 2008 in de interventiereserve van het Bijzonder Fonds hebben gestort voor een bedrag van € 965,- miljoen, beloopt het totaal van de bij de twee fondsen gereserveerde middelen € 1 837,2 miljoen eind 2011. Het bestaan van dergelijke ex ante reserves is algemeen gangbaar in de EU-lidstaten. Deze prefinanciering zal - als dit nodig mocht blijken - worden aangevuld met door de Belgische Schatkist voorgeschoten middelen, zodat de aanspraken die deposanten en beleggers conform de wettelijke voorwaarden kunnen maken op een tegemoetkoming krachtens de Belgische beschermingsregelingen, steeds gehonoreerd kunnen worden.